SPEECH HERDENKING - José Clauw


speech herdenking oorlogsslachtoffers atheneum Veurne

Toespraak van José Clauw, voorzitter van de Bond, tijdens de Herdenkingsplechtigheid op 8 november 2018.

Beste leerlingen van de basisschool en atheneum,

Beste leerkrachten en directies,

Beste hoogwaardigheidsbekleders,

Geachte dames en heren genodigden,

Het is mijn gewoonte om de jongsten onder de aanwezigen eerst aan te spreken vooraleer aan mijn speech te beginnen. Ik doe dit uit eerbied voor de inspanningen die zij hebben geleverd om ons vandaag opnieuw enkele optredens aan te bieden waarmee zij hun kunnen demonstreren, maar vooral hun manier van respect tonen voor de slachtoffers van de oorlogen, en in het bijzonder de oud-leerlingen en leerkrachten van deze school die het leven lieten tijdens de oorlogen 1914-1918 en 1940-1945.

Ook de leerkrachten en de directies die hier ten volle hun schouders hebben ondergestoken op vraag van De Bond, wil ik bij voorbaat hartelijk danken, en vraag ik van jullie nu reeds een applausje. Meteen een opwarmer voor de opvoeringen die ze straks zullen geven.

Nu we toch bezig zijn, vraag ik meteen ook handgeklap voor de talrijke vaandeldragers die hier hun vaderlandslievende verenigingen vertegenwoordigen en die hier ieder jaar trouw op post zijn.

Wij zitten volop in de periode van de herdenkingen van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Een heel drukke periode voor zowel burgerlijke als militaire overheden. Zo kon de militair commandant van de provincie West-Vlaanderen, Luitenant-Kolonel Christophe Onraet, er deze keer niet bij zijn, maar heeft wel schriftelijk zijn waardering overgemaakt over ons initiatief. Het is dan ook met fierheid dat ik nu zijn mail voorlees. [ Zie onderdaan – red.]

herdenking atheneum veurne jose tyteca wo1

foto: José Tyteca

Oorlog is ellende

Om een goede toekomst te verzekeren, moet men zijn verleden kennen, en dat is zeker toepasselijk op onze school.

In mei van dit jaar hebben we afscheid genomen van oud-leraar en priester Wilfried Pauwels. E.H. Pauwels was een grootheid op het vlak van wat zich heeft afgespeeld in de Westhoek tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

Menige keer ben ik bij hem gaan aankloppen om informatie te krijgen over wat Veurne te verduren kreeg in de periode 1940-1945. Omtrent de meest uiteenlopende, maar meestal absurde, situaties die zich hier hebben voorgedaan, kon hij een glasheldere uitleg geven. Meestal afgesloten met een zucht en de woorden: “Ja joengn, dat is oorloge ée…”. En inderdaad, oorlog is ellende, onmenselijkheden waar zowel de soldaat als de burger ongewild mee geconfronteerd worden. Ter illustratie heb ik twee fragmenten uit geschriften geplukt, die illustreren waar de uitspraak van Wilfried Pauwels op slaan.

August Blomme

Uit het dagboek van August Blomme – als 17-jarige opgeroepen in augustus 1914 – onder de titel ‘Mijn Vuurdoop’:

“” 11 september 1914: wat hebben wij een dorst! Wij durven geen water gebruiken, bang voor vergiftiging. Al zwetend en de voeten slepend, trekken wij maar voorwaarts. Rotselaar in ’t zicht. Wij naderen de eerste dorpswoningen, totaal uitgebrand.

Een stank van rottigheid welt uit het puin. Zouden er mensenlijken daaronder liggen? Men beweert het, maar wij kunnen het niet vaststellen.

Wat een verpestende stank, ‘k moet mijn neus dichtknijpen om het weinige dat ik in mijn maag heb niet over te geven. Sinds gisterenavond heb ik mijn laatste soldatenbeschuit genut.

Aan één der langs de baan afgebrande huizen ligt een dode ezel. Het lijf gezwollen met vliegen bedekt. Wat een afschuwelijk kreng. Aan zijn uiteinde ligt een rode blozende appel. Ik verga bijna van dorst en honger. Hier tegen die verrotting ligt een appel die mij kan verkwikken. Wat mijn makkers het meest bekeken hebben, de appel of het ezelkreng, weet ik niet, maar naar wat mijn ledige maag en dorstige keel snakken is naar die appel.

Ik laat hem liggen, ik durf niet uit het gelid te treden.””

Jonckheere

Uit het boek “Verbannen in het vaderland” van wijlen Karel Jonckheere – ooit directeur van deze school. Het is begin juni 1940. De slag om Duinkerke is gestreden, en hij rijdt met de fiets langs het kanaal Nieuwpoort – Veurne. De meeste mensen waren op de vlucht. Een boerin was tijdens de gevechten op haar kleine hofstede gebleven, en was een koe aan het melken. Voor haar ging het leven gewoon verder. Karel Jonckheere verhaalt verder:

“” Als ik tweehonderd stappen van het huisje weggewandeld ben, zie ik in het omwoelde zand aan de rechterkant een rosse kip scharrelen en dan regelmatig op hetzelfde plekje pikken. Ze wordt niet schuw naarmate ik nader, haar aandacht is louter bukken en eten. Plots word ik een kwalijke geur gewaar, een mij niet vertrouwde maar toch niet helemaal vreemde reeuwreuk. In de omgeving moet een kreng liggen. Als ik nog een paar stappen nader ben gelopen, wordt de stank waarlijk walgelijk en ik weet het meteen, de kip pikt de maden uit een stuk rottend vlees. Een hond, een koe? Het onlangs omwoelde stuk land is lang en smal, heeft de afmetingen van een menselijke gestalte.

Ik leg de fiets in het gras, wil mijn rechterwijsvinger in de mond steken om na te gaan vanwaar de wind komt, mocht er in deze warmte wind zijn. Maar ik kan niet, ik durf niet, wens mijn mond niet te openen, ben vies van mijn vinger, die deze stinkende lucht heeft beroerd. Ik druk mijn zakdoek op neus en mond, schuif nog wat dichter, zodat de kip even opkijkt zonder zich verder te storen.

Precies op dat moment rukt ze een stukje khaki los, waaronder ik een hele zwerm witgele maden zie wriemelen. Ze kruipen uit de bil van een op zijn buik liggend soldaat , die niet diep genoeg werd begraven, nauwelijks bedekt met het grauwe salpeteren vel van de Zelte. Zijn hielen zijn nauwelijks zichtbaar, alleen wat rafels van dikke grijze sokken. Wie is er met zijn schoenen weg? Van zijn kruinhaar is nauwelijks iets te bespeuren, rosblond, en het lapje kaki is van een Engels uniform.

Ik wijk even achteruit om vlug te ademen, vraag me naïef af wat ik nog voor dat mens kan doen. Wat zand over zijn hoofd strooien, de kip verjagen? Alles lijkt belachelijk, het hele tafereel, nekhaar, gescheurde broek, sok, is trouwens zielig, vooral met die onnozele, gelijkmoedige kip er naast. Ik doe dus niets, wat beter is om het lijk vlugger te laten vinden.

Ik keer naar het vrouwtje terug, zeg haar wat ik heb ontdekt.

Laat hem maar liggen, ze vinden hem wel. Maar er liggen er zoveel. Allemaal moeders kinderen. Ze hebben een keer iets gedaan!””

Vrede bewaren

De Vierdaagse van de IJzer – die dit jaar al aan zijn 46ste editie toe was – had als thema: ‘Herdenken is vrede bewaren’.

Deze vrede en vrijheid waarvan we in ons land reeds 73 jaar mogen genieten, moeten we in stand houden voor ons, maar zeker voor de generaties die na ons komen. Daarom zijn activiteiten zoals vandaag van zeer groot belang om daadwerkelijk werk te maken van het respect voor elkaar en voor alle generaties.

Een dagblad publiceerde onlangs de resultaten van ‘het groot jongerenonderzoek’ dat door hen onlangs werd gevoerd bij 2.000 jongeren tussen 16 en 24 jaar, en dit omtrent hun toekomstbeeld.

34% zegt dat de aanslagen van de laatste jaren hen angst inboezemen, 45% vreest voor een derde wereldoorlog, 61% vreest dat het terreurgeweld enkel nog zal toenemen. Laat er ons allen samen aan werken dat hun vrees geen werkelijkheid wordt.

Broche

Enkele weken terug bezocht ik de vernieuwde oorlogsmusea van Verdun en Cambrai.

Indrukwekkende tentoonstellingen met de meest uiteenlopende voorwerpen en visueel gemaakt met de meest moderne technieken. Alle middelen werden aangewend om drie woorden in ons brein te griffen: “Dit Nooit Meer!”

Tussen de veelzijdige attributen, gaande van handwapens tot de allereerst gebruikte tank “Deborah”, trok een klein voorwerp mijn aandacht, en blijft mij tot vandaag helder bij.

Tussen de op de slagvelden teruggevonden attributen van de legers en hun soldaten lag een kleine zilveren broche (vandaag noemen ze dat een pin), waarin nog duidelijk stond gegraveerd: “Gott schütze Dich Papa”, met andere woorden “God zal je beschermen papa.” Een op het eerste gezicht onbenullig kleinood dat ongeschonden uit de grote vernieling is gekomen, en waarvan niemand weet of vader en kind ooit terug zijn verenigd geweest. De museumbouwers hadden deze zilveren wens heel opvallend geëtaleerd, zodat je er absoluut niet naast kon kijken.

Tot slot wil ik hoop uitspreken dat het herdenken ook na 2018 in stand zal gehouden worden, en dat ‘Dit Nooit Meer!’ werkelijkheid blijft, dat we zelf nooit hoeven te zuchten en zeggen: “Ja joeng’n, dat is oorloge ee.”

De hoop dat er steeds mensen zullen zijn die de fakkel willen overnemen, met het besef dat wat gedaan wordt voor de goede zaak is, want vergeten is vaak één van onze grote eigenschappen. Zo hoorde ik ooit vertellen over een feit dat zich heeft voorgedaan in de punkperiode, eind jaren ’70 van de vorige eeuw, toen er nog veel veteranen en nationale driekleuren naar buiten kwamen, waarbij een jongere bij het voorbijtrekken van een parade aan een oorlogsinvalide vroeg: “Waarom doen ze dat?”, deze laatste hem eens bekeek, en antwoordde: “Ik weet het ook niet mijn jongen, ik weet het ook niet.”

Ik dank u”.

José Clauw, Voorzitter van de Oud-leerlingenbond

BIJLAGE:

“”Beste aanwezigen

Ik wens de Bond der oud-leerlingen en vrienden van het Atheneum Veurne van harte te danken voor de invitatie ter gelegenheid van jullie jaarlijkse herdenking. Helaas kan ik er niet bij zijn, maar houd eraan langs deze weg het woord tot jullie te richten.

Op dit ogenblik grijpen gelijkaardige plechtigheden plaats overal in het land en in de wereld, tot in Australië en Nieuw-Zeeland toe. Op 11 november is het precies 100 jaar geleden, dag op dag, dat de kanonnen zwegen en er een einde kwam aan de Grote Oorlog.

Hier in Veurne, dat gelegen is in het kleine stukje België dat we vier jaar lang konden in handen houden, begrijpt men ongetwijfeld zeer goed de diepe betekenis van Wapenstilstand. Ook jullie school had slachtoffers te betreuren. Terecht herdenken jullie vandaag die slachtoffers van beide wereldoorlogen want amper 22 jaar na Wapenstilstand 1918, stond Europa en ons land opnieuw in brand. De Grote Oorlog werd zodoende na 1945 herdoopt tot de Eerste Wereldoorlog.

Dat we ondertussen haast 75 jaar ononderbroken vrede kennen is geen evidentie en vooral de jeugd moet hierop attent gemaakt worden. Te vaak gaat men immers aan deze bijzondere dag voorbij zonder aandacht voor de herinnering aan zij die het grootste offer gaven voor de toekomst van hun nageslacht. Onze dankbaarheid kunnen we enkel nog tonen door onze aanwezigheid en het gedenken van de slachtoffers. We zijn het hen verplicht.

Daarom wens ik de voorzitter José Clauw en zijn medewerkers te danken voor hun jarenlange inzet maar vooral de aanwezige jeugd die aantoont dat ze niet onverschillig zijn als het aankomt om hun verantwoordelijkheid te nemen in de herdenking van morgen, wanneer de vorige generatie hen de fakkel aanreikt.

Vaderlandse groeten,

Christophe Onraet Luitenant-kolonel

Militair commandant van de provincie West-Vlaanderen””


72 keer bekeken0 reacties

Gerelateerde posts

Alles weergeven

Coronapoëzie

Onze oud-leerling Roger Blomme maakte voor de site van De Schakel een selectie uit de vele gedichten die uit zijn pen vloeiden tijdens de coronacrisis. Deze selectie werd afgesloten op 5 juni. Roger: